‘Renault ondergaat een geweldige verandering’
Posted on 27. May, 2010 by Henri Stolwijk in Interviews
Hij heeft gewerkt in België, Italië, Duitsland, de Verenigde Staten en Japan, steeds een stapje hoger op de carrièreladder. Nu is Laurens van den Acker (44) vice-president Corporate Design bij Renault, en werkt hij aan het nieuwe gezicht van de Franse fabrikant.
Over zijn jeugd…
“In mijn studententijd had ik nog geen flauw idee dat het leven zo’n groot avontuur zou worden. Ik ben opgegroeid in het Brabantse Deurne, heb een broer en een zus. Mijn vader was architect. Hij zette me altijd aan het tekenen als ik me verveelde. Nee, ik droomde niet echt van auto’s, was geen enorme fanaat. Op mijn 18e ben ik naar Delft gegaan. Het leek me een mooie stad en de opleiding Industrieel Design aan de TU trok me aan. Je weet niet wat je bent als je weggaat uit je geboortestreek, dat moet je dan ontdekken. In Delft ben ik behoorlijk afgeleid door het studentenleven, heb volop genoten. Geld voor een auto had ik niet, in die tijd heb ik heel veel gefietst.”
Over zijn zoektocht naar werk…
“Tijdens mijn studie groeide de interesse voor de auto-industrie. Ik heb bij heel veel bedrijven in de branche in Nederland aan de deur geklopt om stage te mogen lopen: Volvo, Daf, General Electric, maar kreeg steeds nee te horen. General Electric gaf me zelfs het advies me te bekwamen als industrieel ontwerper. Ironisch genoeg drong daardoor het besef tot me door dat ik moest gaan knokken en vechten om mijn doel te bereiken. Uiteindelijk kreeg ik een stageplek bij Volvo Trucks in België, daar ben ik afgestudeerd. En dat heeft de weg geopend. Ik wilde mij als designer verbeteren en besloot naar Turijn te gaan. Dat is toch het Detroit van Europa, daar zitten veel grote studio’s. Ik belde met Pininfarina, kreeg de directeur aan de lijn. Hij zei: ‘Kom woensdag maar.’ Dat was in 1990, de WK voetbal werd gehouden in Italië. Ik heb toen diverse andere grote designhuizen bezocht: Bertone, Idea, Italdesign. Italianen staan daarvoor open, je bent welkom om je portfolio te tonen. Uiteindelijk heb ik gekozen voor Design Systeem srl, een relatief klein bedrijf. Over die keuze voerde ik overigens overleg met Adrian van Hooydonk, die inmiddels hoofddesigner is bij BMW en eveneens heeft gestudeerd in Delft. Van hem heb ik in de loop der jaren vele goede adviezen gekregen.Het is wel bijzonder dat nu twee Nederlanders aan het hoofd staan van bekende automerken. Je komt elkaar regelmatig tegen, communiceert gemakkelijk dus je zoekt elkaar ook wel op. Dat is leuk, je hebt toch iets gemeenschappelijks.”
Over samenwerking…
“Het is zo belangrijk met wie je werkt. Ik heb altijd het geluk gehad dat ik van de mensen met wie ik samenwerkte iets kon leren. Toen ik in 1993 bij Audi aan de slag kon heb ik daar ontzettend veel talentvolle mensen ontmoet. Het merk ging zo ontzettend goed, er zaten zoveel goeie mensen bij elkaar, het was bijna een magische tijd. Als het klikt en als je goed bent maak je elkaar beter. Het is een beetje vergelijkbaar met een popgroep: de bassist van U2 is wellicht niet de beste van de wereld, maar in die samenstelling maakt hij mede het verschil. Bij Audi heb ik J Mays leren kennen. In 1996 ben ik hem gevolgd naar SHR Perceptual Management in de Verenigde Staten en in 1998 ben ik overgestapt naar Ford, waar J Mays inmiddels vice-president design was geworden. Het is natuurlijk een mooie ontwikkeling: in het begin ben je blij als je een schets kan maken van een auto. Dan kun je werken aan een model. Dan zie je een schaalmodel van een ontwerp waaraan je hebt gewerkt. Vervolgens zie je een 1 op1 kleimodel. Het is fantastisch om een conceptauto te zien waaraan je 24 uur, zeven dagen per week hebt gewerkt. Het is ontzettend gaaf als je jouw auto, want zo voel je dat toch, voor het eerst echt in een tijdschrift ziet staan.”
“Je bent de dirigent die het stokje vast houdt, je werkt met mensen die weten waar ze het over hebben”
Over het buitenland…
“In 2006 ben ik naar Japan gegaan, als chief designer bij Mazda, weer een nieuw avontuur. Als je besluit naar het buitenland te gaan laat je familie en vrienden achter. Je stapt in het vliegtuig, op weg naar het onbekende. Je verlaat je comfortzone, anders blijf je thuis. En dan dwing je jezelf toch harder te knokken. Je denkt: verdomme, ik zit nu hier, het moet lukken. Je ontdekt ook wat je bent: toen ik naar het Westen verhuisde liet ik Brabant achter. Toen ik naar Italië ging begreep ik wat Nederland is, in Amerika Europa. En in Japan was ik een Westerling. We verhuisden, met mijn vrouw en dochter Raven, naar Hiroshima. Mazda moest een nieuwe identiteit hebben, een nieuw design. Natuurlijk was het een grote verantwoordelijkheid, maar dat besef je pas achteraf. Ik ging naar Japan om mooie dingen te maken. Nee, op zichzelf was dat niet zo moeilijk. Je bent de dirigent die het stokje vast houdt, je werkt met mensen die weten waar ze het over hebben, die hun eigen instrument uitstekend kunnen bespelen. De richting lag al vast, Mazda hanteert als Emotion of Motion, dat zich vertaald in de slogan zoomzoom. Design is een vorm van communicatie, die dus beweging moest uitdrukken. We hebben ons laten inspireren door de natuur, waarin je heel veel beweging terugziet. Dat is een groeiproces. We hebben de vormtaal van Mazda richting gegeven en vertaald in een aantal conceptauto’s.”
Over de overstap naar Renault
“Ik dacht een periode van vijf tot zeven jaar in Japan te kunnen werken. Dat is anders gelopen. Tijdens de Parijse autoshow in 2008 werd ik gebeld of ik geïnteresseerd was in Renault, als opvolger van Patrick le Quément als vice-president Corporate Design. Ik was nog helemaal niet bezig met weggaan, maar hiertegen kon ik geen nee zeggen. Mazda staat op de rails, het volume gaat omhoog. Hier vind ik een grotere uitdaging, het is spannend om mee te werken aan de geweldige verandering die Renault ondergaat. Drive the Change is de slogan en dat geldt voor de complete organisatie, inclusief het management. Ik ben niet op een rijdende trein gesprongen, ik help mee de trein in beweging te brengen. Ik ben teruggegaan naar Japan, heb verteld wat ik ging doen. Natuurlijk voelde ik me wel een beetje schuldig, maar deze kans moest ik pakken. Design speelt zo’n belangrijke rol en ik geef leiding aan het bepalen van de designfilosofie. Het is plezierig om weer terug te zijn in het Westen. De communicatie gaat gemakkelijker. Japan heeft toch een andere cultuur, is minder individualistisch. Hier moet je meer de leiding nemen. Het is anders: hier loop ik in een kostuum, dat wordt verwacht. Maar mijn gymschoenen hou ik aan, dat hoort bij mijn identiteit.”
“Hier loop ik in een kostuum, dat wordt verwacht. Maar mijn gymschoenen hou ik aan”
Over de toekomst…
“In de elektrische concepts die we afgelopen najaar op de IAA in Frankfurt hebben getoond, is de verandering bij Renault te zien. In 2012 wordt die dan zichtbaar in de modellenlijn. We hebben in kaart gebracht welke waarden voor Renault van belang zijn. Dan stuit je op begrippen als leven als god in Frankrijk. We hebben gezocht naar levensfasen: falling in love staat voor sportiviteit, starting a family voor familie-auto’s, playing voor crossovers en wishdom voor elektrische auto’s. We brengen daarmee logica in de modellen. Voor het concept heb ik ter inspiratie het begrip love meegegeven. Ons team bestaat uit gepassioneerde mensen van 28 nationaliteiten. Renault heeft zes studio’s in de wereld, we werken ook voor Dacia en Samsung. Het is spannend. Maar het wordt heel mooi.”
Over zijn top 5…
“Ik ben vooral geïnteresseerd in baanbrekende conceptauto’s, Hoog op mijn lijst staat de Ghia Focus uit 1972. Een zeer interessant concept dat nieuwe wegen heeft geopend. De Batmobile, het vervoermiddel van misdaadbestrijder Batman, mag evenmin ontbreken. De auto is gebaseerd op de Lincoln Futura, een concept uit 1955. Interessant is de Mazda Harare, waarbij ik zelf betrokken ben geweest, als voorbeeld van de nieuwe vormtaal van Mazda. Een topper is ook de Renault Argos uit 1994. Ik werkte toen bij Audi, dat concept inspireerde de ontwikkeling van de Audi TT. En op mijn lijstje staat de Audi Avus uit 1991, bijna een auto van een andere planeet, een icoon.”
Foto’s: Ivo Lucas Luijckx
Dit interview verscheen eerder in Autokampioen





Laat uw reactie achter