Vakantie-uitje voor autoliefhebber(tje)s: Louwman Museum
Posted on 17. Jul, 2010 by Wouter Vastenhout in Voor je agenda
De zomervakanties staan voor de deur en zijn in sommige regio’s zelfs al begonnen. Autoliefhebber(tje)s die een leuk uitje zoeken, moeten beslist een bezoek brengen aan het nieuwe Louwman Museum.
Helemaal nieuw is het Louwman Museum eigenlijk niet. De collectie automobielen was al eerder te bewonderen in Raamsdonksveer. Het gebouw is wel gloednieuw. Het staat langs de N44, de provinciale weg tussen Den Haag en Wassenaar. Het is alsof het hier al jaren staat, zo mooi past het museum in zijn omgeving. Complimenten voor architect Michael Graves die het gebouw ontwierp, maar ook voor Lodewijk Baljon die het ontwerp van de tuin voor zijn rekening nam. Hij liet ruim honderd volwassen bomen planten, het is maar dat je het weet.

Lust voor het oog
In het Louwman Museum sta je oog in oog met ruim 230 historische auto’s. Deze stonden in Raamsdonksveer nogal dicht op elkaar, maar hebben in hun nieuwe onderkomen nabij de Hofstad werkelijk alle ruimte – maar liefst 10.000 vierkante meter. Het gebouw telt drie verdiepingen. Let vooral op de centrale hal, want die is met zijn prachtig houten plafond een lust voor het oog. Ook het historisch aandoende plein – in het museum! – is iets om bij stil te staan. Hier heb je het idee in 1914 te zijn beland, het jaar waarin Piet Louwman – de vader van de huidige eigenaar Evert Louwman – de Louwman Collectie begon. Zijn eerste auto – een Dodge Touring Car – maakt nog altijd deel uit van de collectie.
Enkele andere auto’s die in het Louwman Museum staan:

Filmsterren onder wie Greta Garbo, Clark Gable en Mae West reden in een Duesenberg J. Zeker, een dure auto, maar lang niet zo kostbaar als de hier afgebeelde Duesenberg SJ uit 1935, zeg maar de “supercharged”-versie van de J (die overigens links op de foto staat). Het apparaat kostte minimaal 20.000 dollar. Ter vergelijking: een A-Ford had je toen al voor 400 dollar. Duesenberg bouwde 35 SJ’s. Het exemplaar in het Louwman Museum is door zijn LaGrande-carrosserie echter uniek.

Je hebt vast wel eens gehoord van “de Eend”, “de Snoek” en “het Rugzakje”. Dit is “de Waterdruppel”. De auto wordt niet alleen zo genoemd omdat hij inderdaad wel iets weg heeft van een waterdruppel, je spreekt het tevens sneller uit dan zijn officiële naam: Talbot Lago T150 SS Figoni & Falaschi Coupé (ben je er nog?). Ook deze fraaie auto is uniek. De Talbot behoorde ooit toe aan een Britse gravin die de auto samen met haar man in het vooroorlogse Frankrijk gebruikte. Waarom ze juist daar reed en niet in haar graafschap, is ons niet duidelijk, maar een plaatje is het (de auto bedoelen we dan).

Tja, ik moet wat met me geld, moet de welgestelde eigenaar van deze “Swan Car” gedacht hebben. Daarbij wilde hij de elite van zijn woonplaats Calcutta uit begin twintigste eeuw shockeren. Dus liet hij zijn auto van het merk Brooke ombouwen tot zwaan. Inclusief ogen die in het donker rood opgloeien en een snavel waar stoom uit komt. Het lukte de eigenaar inderdaad andere weggebruikers te shockeren. Zo erg zelfs dat hij door de politie van de weg werd gehaald. Aan een auto die de weg niet op mag, heb je niet zoveel, dus werd de “Swan Car” verkocht aan een maharadja. Pas in 1991 wordt de auto opgenomen in de Louwman Collectie. Oh, het kleine “zwaantje” op de foto was voor de kids.

Het Louwman Museum heeft een speciaal hoekje ingeruimd voor meerdere Le Mans-raceauto’s. Op de voorgrond zie je de Lancia-Abarth LC1 Sport Spider. De aandrijving wordt verzorgd door een 1,4-liter viercilinder turbobenzinemotor met 450 pk. Over “downsizing” gesproken! De auto haalt met gemak een topsnelheid van 350 km/uur en realiseert in 1982 dan ook op z’n dooie akkertje drie raceoverwinningen op Le Mans. Achterin de hoek staat de Mazda 737C die twee jaar later eerste in zijn klasse werd, een primeur voor een Japans merk. In 1991 deed Mazda het nog eens dunnetjes over. Toen werd het overall winnaar met de 787B – die overigens niet in het museum staat.

Een verzameling “bubble cars”. De naam werd in de jaren vijftig en zestig gebruikt voor kleine, economische autootjes. Het feloranje exemplaar in de hoek is de Corbin Sparrow Electric Single-Seater. Inderdaad: een elektrisch aangedreven karretje dat slechts plaats biedt aan een bestuurder. De actieradius bedraagt 55 kilometer. De topsnelheid is 120 km/uur. In de Verenigde Staten mag je er tijdens spitsuren mee op de carpoolstrook rijden. Niet dat we daar hier iets aan hebben, maar toch. Je hebt duidelijk meer aan de rode Spatz Micro Car (op de voorgrond). Ten eerste: er passen twee personen in, en ten tweede: het dak kan eraf! 1 nadeel: er zit geen achteruit op. Je moet eerst de motor uitzetten en pas na deze weer gestart te hebben, kun je achteruit een parkeervak insteken. Een start/stopsysteem, maar dan anders.
Het Louwman Museum is geopend van dinsdag tot en met zondag, van 10:00 tot 17:00 uur. De entree bedraagt 13,50 euro per volwassene. Kinderen betalen minder. Hoeveel minder lees je op de site van het museum. Hier vind je ook meer prachtige voorbeelden uit de collectie.

Laat uw reactie achter